Auteur: Chris Persyn
Lang hoeft een wet niet zijn om een groot impact te hebben. De Wet van 19 december 2025 had exact één pagina nodig in het Belgisch Staatsblad van 30 december om de tanden van het sociaal strafrecht stevig bij te slijpen. Het verhogen van de opdecimes leidt daarbij tot een stijging van de geldboeten met 25 procent. Maar het ware venijn zit in de staart: de wet van 15 mei 2024 introduceerde eerder al de notie ‘verzwarende factor’ voor inbreuken, bestraft met een sanctie van niveau 4. Daartoe werd vereist dat die inbreuk ‘wetens en willens’ gebeurde en de rechter kreeg toen als richtlijn mee ‘de verzwarende factor in overweging te nemen bij de keuze van de sanctie’. Die keuze wordt nu strikt aan banden gelegd: indien de rechter vast stelt dat een misdrijf, bestraft met een sanctie van niveau 4, wetens en willens werd gepleegd, mag de hiervoor opgelegde boete niet lager zijn dan de helft van het maximumbedrag van de strafrechtelijke geldboete voor dit type misdrijven. De nieuwe regeling treedt in werking op 1 februari 2026.
Laat het ons concreet maken: een inbreuk op de Welzijnswet, die aanleiding geeft tot een ernstig arbeidsongeval, wordt bestraft met een sanctie van niveau 4. Tot en met 31 januari 2026 betekent dit voor fysieke personen: een gevangenisstraf van 6 maand tot 3 jaar en/of een geldboete van 4.800 tot 56.000 EUR. Vanaf 1 februari 2026 wordt dit nog steeds een mogelijke gevangenisstraf maar ligt de geldboete tussen 6.000 tot 70.000 EUR. Werd de inbreuk ‘wetens en willens’ begaan, dan wordt de minimale geldboete opgetrokken tot 35.000 EUR. Voor rechtspersonen, zoals vennootschappen, wordt het nog steviger: hen kan geen gevangenisstraf worden opgelegd, waardoor de geldboete voortaan kan oplopen van 30.000 tot 720.000 EUR. Pleegt een rechtspersoon de inbreuk bovendien ‘wetens en willens’, dan wordt de minimale geldboete opgetrokken tot 360.000 EUR.
Het volledig overzicht van de strafniveaus voor en na de wijziging ziet er als volgt uit:
Met ingang van 1 juli 2024 voorziet het Sociaal Strafwetboek volgende sancties voor fysieke personen:
| Gevangenisstraf | Strafrechtelijke geldboete | Administratieve geldboete | |
| Niveau 1 | Geen | Geen | 10 tot 100 EUR |
| Niveau 2 | Geen | 50 tot 500 EUR | 25 tot 250 EUR |
| Niveau 3 | Geen | 200 tot 2.000 EUR | 100 tot 1.000 EUR |
| Niveau 4 | 6 maand – 3 jaar en/of | 600 tot 7.000 EUR | 300 tot 3.500 EUR |
Houden we rekening met de opdeciemen, zoals van toepassing tot en met 31 januari 2026, dan geeft dit aanleiding tot volgende bedragen:
| Gevangenisstraf | Strafrechtelijke geldboete | Administratieve geldboete | |
| Niveau 1 | Geen | Geen | 80 tot 800 EUR |
| Niveau 2 | Geen | 400 tot 4.000 EUR | 200 tot 2.000 EUR |
| Niveau 3 | Geen | 1.600 tot 16.000 EUR | 800 tot 8.000 EUR |
| Niveau 4 | 6 maand – 3 jaar en/of | 4.800 tot 56.000 EUR | 2.400 tot 28.000 EUR |
Houden we rekening met de verhoging van de opdeciemen door de wet van 30 december 2025, dan stijgen de reële sancties vanaf 1 februari 2026 tot dit niveau:
| Gevangenisstraf | Strafrechtelijke geldboete | Administratieve geldboete | |
| Niveau 1 | Geen | Geen | 100 tot 1.000 EUR |
| Niveau 2 | Geen | 500 tot 5.000 EUR | 250 tot 2.500 EUR |
| Niveau 3 | Geen | 2.000 tot 20.000 EUR | 1.000 tot 10.000 EUR |
| Niveau 4 | 6 maand – 3 jaar en/of | 6.000 tot 70.000 EUR | 3.000 tot 35.000 EUR |
En houden we tenslotte ook rekening met een verzwarende factor, dan wordt de marge die de rechter krijgt vanaf 1 februari 2026 als volgt beperkt:
| Gevangenisstraf | Strafrechtelijke geldboete | Administratieve geldboete | |
| Niveau 1 | Geen | Geen | 100 tot 1.000 EUR |
| Niveau 2 | Geen | 500 tot 5.000 EUR | 250 tot 2.500 EUR |
| Niveau 3 | Geen | 2.000 tot 20.000 EUR | 1.000 tot 10.000 EUR |
| Niveau 4 | 6 maand – 3 jaar en/of | 35.000 tot 70.000 EUR | 17.500 tot 35.000 EUR |
Aan rechtspersonen kan geen gevangenisstraf worden opgelegd en voor de misdrijven waarin het Sociaal Strafwetboek die voorziet, geldt een conversiemechanisme. Concreet is dit dus enkel het geval bij het niveau 4.
Tot en met 31 januari 2025 zien de geldboeten voor rechtspersonen er als volgt uit:
| Gevangenisstraf | Strafrechtelijke geldboete | Administratieve geldboete | |
| Niveau 1 | Geen | Geen | 80 tot 800 EUR |
| Niveau 2 | Geen | 400 tot 4.000 EUR | 200 tot 2.000 EUR |
| Niveau 3 | Geen | 1.600 tot 16.000 EUR | 800 tot 8.000 EUR |
| Niveau 4 | Geen | 24.000 tot 576.000 EUR | 12.000 tot 288.000 EUR |
Houden we rekening met de verhoging van de opdeciemen door de wet van 30 december 2025, dan stijgen de reële sancties vanaf 1 februari 2026 voor rechtspersonen tot dit niveau:
En houden we tenslotte ook rekening met een verzwarende factor, dan wordt de marge die de rechter krijgt bij het bestraffen van rechtspersonen vanaf 1 februari 2026 als volgt beperkt:
| Gevangenisstraf | Strafrechtelijke geldboete | Administratieve geldboete | |
| Niveau 1 | Geen | Geen | 100 tot 1.000 EUR |
| Niveau 2 | Geen | 500 tot 5.000 EUR | 250 tot 2.500 EUR |
| Niveau 3 | Geen | 2.000 tot 20.000 EUR | 1.000 tot 10.000 EUR |
| Niveau 4 | Geen | 360.000 tot 720.000 EUR | 180.000 tot 360.000 EUR |
Brugge, 13 januari 2026



